Van rebel tot wethouder: de bijzondere weg van Johan Kruithof

Als wethouder Werk & Inkomen in Apeldoorn hielp Johan Kruithof Twomorrow in 2014 op weg. Inmiddels is hij 72 en nog altijd actief voor verschillende maatschappelijke organisaties. Zijn overtuiging is in al die jaren niet veranderd: werk en betrokkenheid geven structuur, eigenwaarde en het gevoel dat je ertoe doet.

Johan loopt voorzichtig naar de keuken en houdt zich daarbij vast aan de tafel. Als kind kreeg hij polio en onlangs besloot hij een rollator aan te schaffen.

‘Dat was wel een drempel,’ vertelt hij. ‘De drempel van de ijdelheid. Maar die ben ik inmiddels voorbij.’

We zitten bij Johan aan tafel omdat hij een bijzondere plek inneemt in de geschiedenis van Twomorrow. In 2014 was hij wethouder Werk & Inkomen in Apeldoorn. In die periode klopte Sylvia van Drenth bij hem aan met een idee en de vraag of de gemeente Twomorrow wilde ondersteunen.

Een idee die een snaar raakte

‘Sylvia wist een snaar bij me te raken. Dat kwam vooral doordat ik geloof dat werk een belangrijke rol kan spelen wanneer mensen te maken hebben met psychische problemen. Werk geeft een zinvolle invulling aan je dagen.’

In die periode zag de gemeente Apeldoorn het aantal mensen in de bijstand toenemen. Onder hen waren ook mensen die kampten met psychische klachten.

‘We zochten naar manieren om mensen weer perspectief te bieden. Het idee van Twomorrow sloot daarbij aan. Daarom hebben we destijds twee jaar subsidie verstrekt om Twomorrow te helpen van de grond te komen.’

Maar hoe belandde Johan zelf eigenlijk in de politiek?

‘Mijn studie moest vooral zo rebels mogelijk zijn’

Zijn verhaal begint in de jaren zestig, toen Johan voor een studiekeuze stond.

‘Het kiezen van een studie was makkelijk: het moest gewoon zo rebels mogelijk. Dat werd de sociale academie. Rebelsheid en opstand floreerden daar, dus daar moest ik heen.’

Hij koos voor opbouwwerk. ‘Je kon maatschappelijk werk doen – dat waren in onze ogen de softies – personeelswerk, de braverds in pak, of opbouwwerk. De opbouwwerkers waren stevig links, hadden haren tot over de schouders en liepen in versleten ribfluwelen broeken en jasjes. Dat sprak mij wel aan.’

Het waren tegelijkertijd roerige jaren. ‘Er was veel verslavingsproblematiek en heroïne was aan de orde van de dag. De jaren zestig waren echt niet alleen maar leuk. Veel jongeren raakten het stuur kwijt. Vrijheid is best ingewikkeld als je achttien bent.’

Van opbouwwerker naar consultant

De eerste twintig jaar van zijn loopbaan werkte Johan bij een stichting voor stadsvernieuwing. Als buurtopbouwwerker ondersteunde hij bewonerscommissies en werkte hij aan de sociale samenhang in wijken.

‘Je bevond je voortdurend in het krachtenveld tussen bewoners, woningcorporaties en gemeenten. In die driehoek vond de buurtvernieuwing plaats.’

Tijdens een project in Apeldoorn werkte Johan samen met Stade Advies. Het adviesbureau zag iets in hem en vroeg hem als consultant.

Daar maakte hij steeds meer kennis met het openbaar bestuur. Hij adviseerde gemeenteraden en colleges van B&W over wijk- en buurtontwikkeling, begeleidde fusies in de jeugdhulpverlening en werkte aan uiteenlopende maatschappelijke projecten.

‘Ik werd al snel mede-eigenaar van het bureau. Daardoor kon ik steeds meer kiezen welke opdrachten ik wilde doen. Vooral opdrachten met een politiek karakter trokken me aan. Thema’s als sociaal beleid, werk en inkomen kwamen steeds vaker op mijn pad.’

Van gemeenteraad naar wethouderschap

Naast zijn advieswerk werd Johan gemeenteraadslid voor de PvdA. Toen het college van Apeldoorn in 2012 viel, werd hij gevraagd om wethouder te worden.

Zo kreeg hij de portefeuille Werk & Inkomen onder zijn hoede.

‘En daardoor kwam Sylvia uiteindelijk bij mij terecht toen ze ondersteuning zocht voor Twomorrow.’

Het wethouderschap werd een intensieve periode. Maar juist toen die periode eindigde, ervoer Johan zelf hoe sterk werk verweven kan raken met iemands identiteit.

Wat als je werk ineens wegvalt?

‘Wethouder zijn is een heel vreemde functie. Van het ene op het andere moment kan het voorbij zijn. ’s Middags zit je nog als een spin in het web en ’s avonds maak je je kamer leeg.’

Dat abrupte einde raakte hem.

‘Wethouder ben je 24 uur per dag, zeven dagen per week. Ik sliep met mijn telefoon naast mijn bed en was altijd bereikbaar. En dan is het opeens voorbij. Ik dacht echt: wat ben ik nu nog?’

Volgens Johan laat dat zien hoeveel betekenis mensen aan werk ontlenen.

‘Op een feestje vragen mensen meestal niet: wie ben je? Ze vragen: wat doe je? Wat betekent het dan voor je identiteit als je ineens geen werk meer hebt?’

Samen met zijn vrouw vertrok Johan kort daarna voor een maand naar Italië. ‘Dat was een heel goed besluit. Even afstand nemen.’

Nog tijdens die reis werd hij benaderd met de vraag of hij voorzitter wilde worden van verschillende organisaties.

‘Daar zei ik gretig ja op. Ik had behoefte om mijn leven weer invulling te geven. Het lijkt me verschrikkelijk ongezond om ineens achter de geraniums te gaan zitten.’

Johan en Twomorrow

Inmiddels is Johan 72 en nog steeds maatschappelijk actief. Hij vervult voorzittersrollen bij verschillende organisaties, waaronder de Voedselbank, het herinneringscentrum rond Het Apeldoornsche Bosch, Kids College en een provinciale consumentenorganisatie voor het openbaar vervoer.

Daarmee komt zijn verhaal eigenlijk weer uit bij waar het begon: de betekenis van werk en maatschappelijke betrokkenheid.

‘Ik geloof nog altijd sterk in de missie van Twomorrow. Werk gaat over veel meer dan inkomen. Het gaat ook over ergens bij horen, betrokken zijn en gewaardeerd worden.’

En misschien is dat voor Johan wel de essentie:

‘Werk en betrokkenheid zijn belangrijk voor je gevoel van eigenwaarde. Ze helpen je om met opgeheven hoofd de wereld tegemoet te treden. Ook met een rollator.’

Dan verschijnt er toch weer wat van die oude rebelsheid.

‘Alhoewel… misschien toch liever met een stok en een hoed.’